7 Maart 2009
Er wordt vaak gezegd: “Het Woord van God is IN de Bijbel”. Gedeelten uit de Bijbel, die men niet begrijpt of waarvan men meent dat ze elkaar tegenspreken, worden niet serieus genomen of geheel terzijde geschoven.De GEHELE Bijbel is het geïnspireerde Woord van God en daarom kunnen er geen tegenstrijdigheden in voorkomen.Omdat de Bijbel Gods Woord is, kan zij uitsluitend verstaan worden door iemand die in Christus Jezus gelooft en zich door de Heilige Geest laat onderrichten.De natuurlijke (ongeestelijke) mens kan de dingen van God, die geestelijk zijn, niet verstaan volgens 1 Korinthe 2:12-14. Hij is geestelijk blind.
Net zo min als een blinde de kleuren van de regenboog kan zien, kan een mens die geestelijk blind is, de dingen van Gods Geest onderscheiden. Gods Geest toont ons in de Bijbel de gehele geschiedenis van Gods weg met de mens vanaf het begin tot het einde der tijden. Deze geschiedenis omvat verschillende bedelingen, elk met hun eigen structuur. Wij moeten b.v. niet Gods beloften die voor Zijn volk Israël bestemd zijn, toepassen op ons, die uit de heidenen voortgekomen zijn. God gaat met dat volk -als volk- een andere weg dan met ons, die in deze genadetijd leven.Wij moeten ook goed voor ogen houden, dat het kruis van Jezus Christus en Zijn opstanding een radicale omkeer hebben gebracht in de verhouding van God en mens. Het is het grote keerpunt in de geschiedenis der mensheid. Het heeft ons gebracht in deze tijd van genade en nu is er voor elk mens maar één zaak het allerbelangrijkste en dat is n.l. in welke verhouding hij staat tot Jezus Christus.Alleen hij, die door de Heilige Geest overtuigd, gelooft in Christus Jezus, is door deze Geest opnieuw geboren.Als zulk een herboren mens zich GELOVIG buigt over Gods Woord, en zich stelt onder de leiding van de Heilige Geest, ontvangt hij verlichte ogen des harten om Gods Woord te leren verstaan.
Lezen: Efeze 1:15-18
27 februari 2009
Joh. 3:16: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad…”.
Hoe wonderbaar is het dat God, de Allerhoogste, Die heilig en rechtvaardig is en een ontoegankelijk licht bewoont, een mens kan liefhebben.
Is het omdat er nog wel wat goeds in de mens is, of iets waarmee hij Hem aangenaam kan zijn?
Zijn Woord zegt in Romeinen 3:12: “Er is niemand die goed doet, zelfs niet één” en in Psalm 143:2: “Want niemand die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn”.
Jesaja 64:6 leert ons dat zelfs onze gerechtigheden, dus onze goede daden, voor Hem als een bezoedeld kleed zijn. In ons kan Hij dus niets vinden wat goed en aangenaam voor Hem is.
Daarom moet Zijn liefde tot ons voortkomen uit Zijn eigen hart en zo is het ook. Hij Zelf is DE LIEFDE, Zijn Wezen is liefde.
Zijn liefde tot het gevallen schepsel was zo groot, dat Hij Zijn eigen geliefde Zoon in deze wereld heeft gezonden om de mens te redden van het rechtvaardig oordeel. God, de Heilige, de Rechtvaardige, kàn de zonde niet door de vingers zien.
Er moest dus een rechtvaardige grond gevonden worden waarop God Zijn liefde kon schenken, zonder dat aan het recht Gods tekort gedaan werd.
Jezus Christus verliet Zijn heerlijkheid en kwam op deze wereld als Zoon des mensen om het heilig oordeel Gods over de zonde te dragen. Hij stierf aan het kruis en ging in de dood.
Hij, Gods Zoon, alleen was in staat het oordeel Gods te ondergaan, want Hij was de Zondeloze, de Mens die in volmaakte gehoorzaamheid des geloofs voor Zijn God geleefd heeft. Het bewijs dat God in Christus volkomen genoegdoening heeft ontvangen voor de smaad Hem door de zonde aangedaan is, dat Hij Christus heeft opgewekt uit de doden en Hem gezet heeft aan Zijn rechterhand in de hoogste hemelen.
Romeinen 4:25: “Hij is opgewekt om onze rechtvaardigmaking”.
Wie in deze Christus Gods gelooft, heeft eeuwig leven.
Hij is gerechtvaardigd door het bloed van Christus (Romeinen 5:9) en een kind van God. Jezus Christus is het bewijs van Gods onpeilbare liefde tot de mens.
Lezen: Johannes 3:16-18
26 februari 2009
Genade heeft in onze oren een niet aangename klank. De mens wil geen genadebrood eten. Genadegaven worden niet gewaardeerd.
Genade strijdt tegen zijn eergevoel. Zijn prestige eist dat hij tegenprestaties levert.
In onze menselijke samenleving is deze houding niet te veroordelen. We voelen een zekere minachting voor de mens die niet wil werken voor de kost.
In het domein van het geestelijke leven liggen deze dingen totaal anders.
De mens is zo diep verloren in zonde en dood, dat er geen andere mogelijkheid voor hem is dan door God begenadigd te worden.
Aan de mens genade bewijzen kon God echter niet zonder meer, hoe lief Hij de mens ook had. God is heilig en rechtvaardig en daarom moest Zijn liefde en Zijn genade op recht gegrond zijn.
Zijn liefde was zo overweldigend groot, dat Hij Zijn geliefde Zoon voor ons tot zonde heeft gemaakt en als gevolg daarvan in de dood heeft gebracht. Hij gaf Zichzelf in Zijn Zoon.
Op Hem kwam het oordeel Gods over al het kwaad en zijn gevolgen.
God heeft Christus opgewekt uit de dood en Hem uitermate verhoogd en een Naam gegeven welke boven allen naam is (Filippensen 2:9).
Door het verlossingswerk van Jezus Christus is de eer van Gods Naam volkomen hersteld. Nu kan God de mens Zijn grote liefde en overvloedige genade tonen.
Uit pure genade wil Hij ons zaligmaken, als wij maar willen geloven in de Zaligmaker Jezus Christus.
In het heden der genade geldt: “
Opdat, gelijk de zonde geheerst heeft tot den dood, alzo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus onzen Heere” (Romeinen 5:21).
Lezen: Romeinen 5:8-9